Het hart van je verhaal

2018-10-09T14:42:06+00:005 oktober 2018|

Ik wilde een stuk schrijven over hoe je het hart van een verhaal benadert. Maar ik kon dat hart zelf niet vinden…Ik zat vast in mijn hoofd, dat iets interessants wilde zeggen over het hart. Vaste schouders, stoppen na elke zin. Zucht.

Toen herinnerde ik me een prachtig fragment uit het boek ‘De stem van je hart’ van Susanna Tamaro…

“Ik ben werkelijk de weg kwijt. Maar op die manier bereik ik wat jij zo ijverig zoekt, het middelpunt. Herinner je je nog hoe ik je leerde Flensjes te bakken? Als je ze omhoog gooit, zei ik, mag je aan alles denken behalve aan het feit dat ze recht in de pan terug moeten vallen. Als je je concentreert op hoe ze door de lucht vliegen, dan mislukt het zeker. Het is gek, maar juist dat afdwalen brengt je bij het middelpunt van de dingen, bij hun hart.” – Susanna Tamaro

Dit boek las ik twintig jaar terug, tijdens mijn maandenlange wandeltocht door de Himalaya. Lopen, lezen, lopen – deed ik toen.
Oh ja, lopen! Dat helpt altijd.

Beweeg! Laat het hart werken

Dus ging ik rondom het meer lopen. “En loop ook een stuk heel stevig door,” zei mijn vriendin, die ik had verteld over mijn fysieke spanning en schrijfblokkade. “Laat dat hart werken,” zei ze. “En voel daarna wat er gebeurt.” Dus ik liep als een idioot om die plas, alsof ik een trein moest halen, met zwaaiende armen, om het bloed nog meer te laten stromen.

Je hart laat actief los

Ik liep over gevallen bladeren en eikels en de enige zin die steeds terug kwam was: laat los, laat los. En ik begreep: loslaten is een actief proces. Ik voelde dat ik door dat bewegen, los liet. Ik wist niet eens wat. Een beetje als die flensjes, ik concentreerde me niet op dat wat losgelaten moest worden, of opgevangen moest worden, maar ik vertrouwde de beweging en het gebeurde uit zichzelf. Dat is de kwaliteit van het hart. Dat blijft kloppen, bewegen. Dat ontvangt, maar laat ook weer gaan.

In het hart van een verhaal kom je iets tegen en laat je wat gaan

En dat gebeurt ook in het hart van het verhaal dat je schrijft. Schrijven is een beweging. Daarin wordt iets losgelaten. Een angst. Een oude overtuiging. Een liefde. Een oude manier van leven.

Het hart van je verhaal is de plek waar de verschillende verhaal-aders samen komen. Het is de centrale gebeurtenis van je eigen boek, het moment, de scene, de herinnering waar eigenlijk alles omdraait.  Je zou het ook de centrale crisis noemen. Het is soms een mysterie dat opgehelderd wordt, een geheim dat nooit werd uitgesproken, een heftige herinnering, een diepe depressie, een verzonnen drama of de onderliggende boodschap van je verhaal. Het is de plek waar je hoofdpersonage iets tegen komt, en iets laat gaan; waardoor hij als een ander mens verder beweegt. In het hart vindt transformatie plaats.

Betreed het hart via een afdwaling

Het is vaak best pittig om in de donkere kamers van het hart af te dalen. Daarom werkt het vaak niet als je rechtstreeks op het hart van je verhaal af beweegt. Onlangs gaf ik een schrijfworkshop rondom een zelfgemaakte collage. De cursisten kregen de creatieve schrijfopdracht om te schrijven over de plaatjes die ze zelf hadden verzameld. Maar voor een cursist was het te pijnlijk, de foto in het midden van haar collage riep te veel op. Het was haar gewonde hart.

Ze had echter op de achterkant van deze collage een andere collage gemaakt, die veel lichter van sfeer was. Het bleek beter te werken, om die ingang te nemen, de ‘achterdeur’ noem ik dat. Niet er rechtstreeks op af, maar via een dwaling, een achterafstraatje. Schrijf over je toekomst, en je komt vanzelf bij je verleden uit. Zo kan je het hart bereiken, zonder dat het meteen full in your face is.

Kader het schrijven!

Maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je eindeloos om dat hart heen blijft dwalen. Dat ik om dat meer blijf lopen, zonder dat ik er induik, zonder dat ik een woord op papier zet.

“Kader het harde werken,” had mijn vriendin gezegd. “Je moet niet de hele tijd snel lopen, je moet je wekker zetten. Tien minuten. Dat maakt het behapbaar en effectief.” Grappig, dacht ik. Dat zeg ik als schrijfcoach ook bij mijn persoonlijke schrijfbegeleiding. Kader je schrijven. Ga voor de crisis, huppa, voor 10, 20 minuten. Loop op papier die kamer in waar je eigenlijk niet in durft, schrijf over die ene herinnering die steeds maar weer opkomt, schrijf over dat licht pijnlijke en essentiële inzicht. Laat je hart werken, pompen. Maar zet je wekker, geef jezelf adem. Wat gebeurt er daarna?

De beweging golft na in je verhaal

Na het snel-lopen voelde ik dat daarna bijna niet meer langzaam kon lopen. De dynamiek bleef in mijn lijf, ook al zat ik daarna op een bankje rustig wat te schrijven. Zo is het ook met je verhaal. Als je eenmaal het vuur opstookt, zal de rest van je verhaal daar baat bij hebben. Het hart van de lezer is geraakt, en hij wil doorlezen. Als er geen centraal hart in je verhaal zit, zal alles op den duur gaan kabbelen.

En voor jou als schrijver is het dus een mogelijkheid om los te laten. Om dat flensje de lucht in te gooien en je verhaal omgekeerd op te vangen in de pan; waardoor je een kant van je verhaal ziet, die je eerst niet had gezien. En vaak voelt het hart daarna lichter. Want het hart is natuurlijk niet alleen maar drama.

Elk woord klopt

Dus; blijf trouw aan je hart, zeg wat je moet zeggen, ook al is het lastig of voel je je geblokkeerd. Geef niet op,  draal er wat omheen, maar blijf er dichtbij. En duik er dan voor tien minuten in, ga kopje onder water, laat los, en kom boven. Zoek naar een ingang die voor jou werkt.  En als je vast zit; beweeg, laat het hart letterlijk werken. Want schrijven is niet alleen een geestelijke activiteit, het is een fysieke inspanning, je schrijvende hand is verbonden met je hart – elk woord klopt.

Zondag 9 december geef ik over dit thema ‘Het hart van je verhaal’ een schrijfworkshop in Utrecht!

 

One Comment

  1. […] Vaak zijn schrijvers druk bezig om hun verhaal of gedicht logisch en volgbaar te maken. Zodat de lezer snapt wat de schrijver is overkomen. Maar de waarheid is, dat de lezer dat vaak niet zo interessant vindt. Het maakt niet zoveel uit of het verhaal zich in Den Haag of in Utrecht afspeelde, of dat het op 20 november of op 23 april plaatsvond, of dat eerst je moeder wat zei en toen je oma, of andersom. Natuurlijk zijn dat ingrediënten van je verhaal,  zonder welke een verhaal niet kan bestaan – die wie, waar en wanneer – maar ze moeten je verhaal niet gaan overnemen. Want waar het om gaat is dat de lezer kan voelen wat jij hebt gevoeld, of wat je hoofdpersonage voelt. Dan zitten we in het hart van het verhaal. […]

Comments are closed.