Hoe ik bijna verdronk en bevroor – tijdens de voorbereidingen van Zoute Ziel – hoe ik op wonderbaarlijke wijze mijn nieuwe schrijfpaleis vond en langzaam durf te leven als dappere ziel.

Het is begin januari en ijskoud. Ik repeteer voor Zoute Ziel in mijn nieuwe werk’schuur’ te midden van de weilanden. Het maakt niet uit hoeveel kachels ik er neer zet, ik krijg het niet warm. Hier zal ik in maart de Flowschool beginnen maar ik vraag me af of dat niet eerder een Frozenschool wordt.

Als ik op de dag voor de voorstelling het pand verlaat, knapt er, net voor mijn vertrek, een waterleiding, het water spuit de ruimte in. Al snel sta ik in een flinke plas water. Gelukkig vind ik snel de hoofdkraan en kan ik alles afsluiten.

Nat en bibberend fiets ik naar huis. Als ik mijn vouwfiets in de tuin zet, zie ik opeens dat er ook rondom mijn huis een kleine meter water staat, net tot aan mijn stoep. Was dit er de hele tijd al? Waar komt dit vandaan?

Het is alarmerend dat zowel mijn werkruimte als mijn huis langzaam in drijvende schepen beginnen te veranderen. Ik vraag me af of ik dit op me afroep omdat ik steeds speel dat ik op zee ben en mijn decor een schip is? Mijn theaterstuk en leven beginnen zich eng te mengen.

Zondag. De laatste speeldag. Ik ben vroeg wakker. Ik steek mijn hoofd uit het raam.

Ik denk aan een van de eerste zinnen uit mijn stuk: ‘Ik steek mijn hoofd uit het luik, daar achter de dijk ligt het wad.’ Het is vloed rondom mijn huis, springtij, het water stijgt alleen maar. En dan hoor ik opeens – met mijn zoute-ziel-oren- heel in de verte iets stromen. Bij de buurman! Die is op vakantie! Samen met de buurvrouw ga ik kijken, het is nog donker, en ontdekken dat daar een leiding geknapt is. Hoofdkraan dicht. Ah, nu snel weer naar Kikker, spelen dat ik op zee ben!

Een week na de voorstelling. Het water is gezakt rondom mijn huis en ik zit in mijn ‘vrieskist’. Ik hoef niet meer te repeteren en ben onderkoeld en in de war. Het kiezen voor de werkruimte in de weilanden, voelde als het volgen van een droom, maar ervaar ik nu meer als een fout. En terug naar mijn oude kantoor kan ik ook niet.
Dan gaat het opeens heel snel, ik ga in een sjiek kantorencomplex kijken in Bilthoven met een makelaar. Laat die wilde outdoorplannen maar. Ter plekke wordt de makelaar onverwacht door een andere makelaar gebeld. “Kom ook even hier kijken.’ Wij kennen de man niet, het pand niet, maar gaan toch even kijken.

En plop, opeens sta ik in MIJN ruimte. Hoog en droog op de eerste verdieping. Met verwarming. Zo’n beetje naast de school van mijn dochter. Het is gigantisch en ligt in een pand vol kunstenaars en creatieve ondernemers. Het is eigenlijk te duur en het pand is wat rommelig. Maar toch… ik zie mijn Flowschool-idee langzaam ontdooien en hier opbloeien.

Thuis krijg ik een paniekaanval. Te groot, te duur, niet voor mij. Ik kijk mijn eigen beperkte overtuigingen aan. Dat is een rauw proces. Lichtelijk wanhopig trek ik mijn gele regenjas aan. Waar is mijn Zoute Ziel?

Trrrriing. De makelaar belt. ‘We moeten het nu weten, Nanda.’ En ik hoor mezelf zeggen: ‘Oke, ik doe het!’ Ik zeg JA. JA. JA. Ik ga niet alleen spelen, maar ook leven als een Dappere Ziel. De laatste week is stressvol, ik onderhandel (ben ik dit?), ik teken vrijdag om 15 uur en krijg om 16 uur de sleutel, zaterdag verhuis ik. Ik ben in shock van mijn eigen keuzes en durf langzaam al die nieuwe ruimte in te nemen.

Hier komt de Flowschool. Flow is geen lief stromend riviertje, dat weet ik nu wel. Het is een waterleiding die openspringt, een huis dat onderstroomt, een zee die slaat op je dijk. De flow volgen is niet harmonisch meedrijven, het is in de storm je eigen stem horen, je eigen plek vinden – ook al schreeuwen stemmen van angst ‘ te duur, te groot, te veel’. De flow volgen is door je angst heen bewegen en de moed vinden om te luisteren naar je diepe ziel, die weet van de bron en van jouw grootsheid onder alle tumult en twijfel.

Op 21 april begint de Flowschool for Wisdom-Writers: een speelse schrijfschool voor vrije expressie en diepe reflectie. Sluit je aan!?