Regelmatig zit ik met schrijfsters en schrijvers met een writers block om de tafel. Stuk voor stuk hebben ze zoveel te vertellen. Rakende verhalen, diepe wijsheid, doorleefde ervaring. Maar het komt er niet uit. En dat frustreert mij net zo erg als die schrijvers zelf.

Toen ik laatst zelf een stembevrijdingsworkshop deed begon ik het beter te snappen. Een writers block heeft alles te maken met het wel of niet innemen van je eigen ruimte.

Een writers block is jezelf te veel voelen

Mijn stem klinkt krakend en heeft geen volume. Onder de douche oefen ik het lied dat ik binnenkort op een podium moet zingen, voor publiek. Zelfs in de badkamer klinkt het nergens naar. Met nog druipende haren google ik ‘stembevrijding’.

De volgende dag sta ik nog wat verdwaasd bij de zangworkshop ‘Van binnen naar buiten’ in een geluidsdichte workshopruimte. Ik word gevraagd om vier minuten lang ‘Ja!’ te zingen. Ik voel die Ja wel in mij, maar om die nu uit volle borst te zingen? Ik stop na een minuut, want ik meen mijn toehoorders te zien gapen. Ik kijk naar de grond en ga weer zitten.

Ik voel, dit is de kern van een writers block, het gevoel: ‘Ik ben te veel.’

Jezelf toestaan te zijn wie je nu bent

Na de pauze maakt de docente Anna een halfronde cirkel, zoals ik dat ook vaak doe bij de voorleesavond van een schrijfcursus. Voorlezen van je verhaal is al spannend en zorgt ervoor dat er allerlei gevoelens met je woorden mee naar buiten stromen. Maar zingen!? Ik voel kriebels in mijn buik. Als ik ga zingen komt vast al mijn onzekerheid en borrelende irritatie en sluimerende woede en onderdrukte verdriet en verpletterende levensenergie er in een keer uit. En zoveel mag ik niet voelen. En al helemaal niet laten zien.

“Ik voel zoveel dat ik me een soort dinosaurus in een ei voel,” zeg ik met samengeknepen stem.
“Neem het gevoel dat je nu hebt gewoon mee,’ zegt Anna. “Zing wie je NU bent. En neem de hele ruimte in.”

Ruimte innemen is ruimte geven

Ik adem in en begin zachtjes, maar laat dan langzaam mijn stem de hele ruimte vullen. Hemel, ik wist niet dat ik zoveel volume in me had. En wauw, eigenlijk klinkt het ook nog best mooi. Ik zing steeds luider, voller, intenser. Ik geef stem aan al het leven dat ik in me voel. Dit is wie ik ben. Ik vlieg en voel me vrij.

Als ik afrond zie ik stralende ogen naar me kijken. Anna zegt: ‘Weet je wat mooi is, als jij ruimte in neemt, is het net alsof je mij ruimte geeft.’
En die zin is eigenlijk het mooiste cadeau dat ze me kan geven. Ik ben bang om ruimte weg te nemen als ik mezelf toesta helemaal te zijn wie ik ben. Maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn.
‘Je hebt me vrij gemaakt door zelf vrij te worden,’ zegt een ander. Ik huppel terug naar mijn stoel.

Writers block is de angst om ‘te’ te zijn

Onder een writers block ligt angst. Angst om ‘te’ te zijn. En iedereen heeft hier zijn eigen versie van. Te dramatisch. Te gevoelig. Te depressief. Te sensueel. Te vrij. Te groot. Te klein. Te intens. Te hoogdravend. Te spiritueel. Te bijzonder. Te zielig. Te wijsneuzerig. Te naïef. Te associatief. Te direct.

In mijn boek Spelen met je Leven schrijf ik hierover:

“We hebben vaak veel en goede redenen om niet volledig ons eigen verhaal te vertellen met onze eigen stem. Als je dat opeens wel doet, komt er angst op. We zijn gewend ons in te houden en aan te passen aan anderen. Als je echt spreekt met je eigen stem, treed je uit een bepaald communicatiepatroon. Naast onwennig, kan dat ook bevrijdend zijn. Dit is JOUW verhaal.”

Als je schrijft, raak je aan patronen en diep gewortelde overtuigingen. Zoals de mijne: ik mag niet te veel voelen. Maar als ik de hele tijd mijn gevoel uit mijn verhaal houd, omdat ik geloof dat anderen dat niet snappen, of zelfs veroordelen, dan kom ik in een writers block. Ik probeer mezelf onder controle te houden, zodat ik geen ‘overgevoelige zaken’ schrijf, maar daarmee  blokkeer ik mijn eigen creatie-energie. Ik vertrouw mijn eigen bron niet meer.

Writers block is de angst voor de mening van een ander

Daarnaast hebben we vaak een meelezer op onze schouder zitten. En dat is meestal niet de meest vriendelijke meelezer. Je leraar Nederlands die oplet op je wel goed spelt. Je collega die je altijd vertelt dat je zo chaotisch bent. Die ene vriendin die zegt dat het ook wel een tikkeltje minder mag. Een cursist die je je op een evaluatieformulier ‘vaag’ heeft genoemd. Je moeder die vraagt of je aub niet over vroeger wil beginnen.

En voordat je het weet schrijf je een boek voor die ene persoon (of voor die hele schare personen om je bureau) en houd je je stem in. Want het voelt gevaarlijk om die bevrijde stem te gebruiken. Logisch, want de meesten van ons zijn daar in vroegere tijden ook flink voor gestraft. We zijn er door buiten de groep gevallen. We zijn onbegrepen. Verstoten, soms.

Dus hebben we geleerd steeds minder ruimte in te nemen. De keel dicht te knijpen. Klein en tussen de regels te schrijven. Dat is veilig. Maar ook onbevredigend.

Breek, breek door!

Maar het mooie nieuws is dus, dat ruimte innemen een heel ander effect heeft dan we van te voren denken. Door mijn volledige stem te gebruiken, gaf ik mijn publiek een kado. Ik gaf mijn levenskracht door. Het tilde ons op, het vermenigvuldigde de vervulling.

Daarvoor gaan we naar het theater, naar muziekconcerten, kijken we naar kunst. Niet omdat de maker zich zo fatsoenlijk inhoudt, maar omdat de kunstenaar maakt, zingt, zegt, speelt met alles wat ie in zicht heeft. Kunst bevrijdt ons.

Je mag zijn wie je bent. Ook als je jezelf vaag, verdrietig of veel vindt. Je bent uniek. Echt. En je hebt heel veel te vertellen. Geef het ons, alsjeblieft.

Opzoek naar schrijfbegeleiding?

Bekijk het aanbod met schrijfbegeleiding trajecten of check de schrijfworkshops en schrijfweekenden.