Ik zit op een bankje in Kopenhagen, maar eigenlijk zit ik in Lissabon. Ik voel de frisse Scandinavische lentelucht op mijn huid, maar onderhuids borrelt de Portugese passie.
Er is in mijn leven een Kopenhagen-Lissabon lijn. Ik ben nu op bezoek bij een Deense vriendin die ik deze zomer in een theatertraining in Lissabon heb leren kennen. Toen ik twintig jaar geleden in deze Deense hoofdstad studeerde, bracht mijn toenmalige vriendje me weer naar Lissabon, en tijdens die vlucht CPH -LBO besloot ik mijn leven op de kop te gooien. – zie mijn andere blog Leven is bewegen

Deze steden zijn voor mij dus verbonden, het is een soort Atlantische – Scandinavië lijn geworden. In het Europa van mijn hersenpan liggen deze steden aan dezelfde kust en vaart daartussen een veerboot. Zo heb ik, net als iedereen, mijn eigen belevingsatlas in mijn hoofd.

Een plek is altijd persoonlijk

Naast mij ligt het boek  ‘Paradijs in de Polder’ van Arita Baaijens, over die persoonlijke beleving en verbinding met het landschap. Arita zegt dat je in gesprek kan gaan met een plek.
Met Arita als schrijfster heb ik ook een lijntje. Ik las haar reisboeken in het eindexamenjaar van de middelbare school en vergeleek ze met die van de reisschrijfsters Inez van Dullemen en Carolijn Visser. Ik onderzocht wie zichzelf, als schrijfster, het meest inbracht in haar schrijfwerk en hoe ze dat deed. Het was een van mijn eerste schrijfprojecten waar ik echt door bevangen werd. Ik schreef tot diep in de nacht door en zocht steeds weer andere passages op. Ik had het gevoel ‘beet’ te hebben.
Ik leerde toen dat je je reizen niet los van jezelf kan zien. Dat je altijd door je eigen ogen kijkt, luistert met je eigen hart. Carolijn is journalistiek, Arita vrij emotioneel, Inez meer spiritueel. Maar alleen dat onderscheid vond ik al boeiend. Als je alledrie de schrijfsters naar een bepaald gebied zou sturen, zouden ze allemaal met een heel ander verhaal thuis komen.

Je bent deel van je eigen observatie

Toen ik mijn eerste boek schreef over alleenstaande vrouwen in India, en ik in opleiding was voor journalist, deed ik heel erg mijn best om objectief te blijven. Maar het bleek al snel onmogelijk om de Waarheid op papier te krijgen.  Ik was gefrustreerd over deze ongrijpbaarheid van de werkelijkheid. Pas toen ik besloot om over mijn eigen verwarring in India en mijn klik met de vrouwen te schrijven, kwam het verhaal weer tot leven. Mijn persoonlijke ervaring maakte de reis echt, tastbaar, doorleefd.
Door een band aan te gaan met de wereld, geef je je ervaringen betekenis.  Je staat niet buiten de ervaring/observatie als schrijver, je bent er deel van.
Zoals nu. Terwijl ik hier in de winterzon op een bankje in een park in Kopenhagen zit, zie ik opvallend veel kinderwagens met vaders er achter. Maar misschien zie ik dat ook alleen maar omdat mijn dochter nu, op haar verjaardag, bij haar vader is. En niet bij mij.  Ik zie het Kopenhagen met een missend moederhart.

Als schrijver achteruit stappen

Tegelijkertijd ben ik ook wonderlijk krachtig aanwezig in het hier en nu. Op dit bankje in deze lentezon, in mijn 42 jarige lijf, voor deze oranje muur. Ik zie de nog kale takken zich aftekenen tegen de blauwe lucht. Het gaat als schrijver er niet alleen om dat je jezelf in brengt, maar ook dat je leert een stapje achteruit te zetten.

Zodat  je niet tussen de wereld en de lezer in gaat staan, door het al maar over jezelf te hebben. Of eigenlijk ga je dan ook tussen jezelf en de wereld in staan. Ik zit niet in Lissabon, ik zit niet in 1998.
Ik zit hier op 18 februari 2018 op een bankje in Kopenhagen. Precies zoals het is.

Verbinding maken met een plek is persoonlijk en onpersoonlijk

Het reisschrijven is enerzijds persoonlijk: mijn Kopenhagen is niemands Kopenhagen. Als ik mezelf en mijn verhaal en gevoel inbreng, voeg ik wat aan de plek toe. Ik geef de plek betekenis. Als schrijver trek je onwaarschijnlijke lijnen – tussen Jezus aan de Taag en de Kleine Zeemeermin – en dat maakt je verhaal uniek.
Tegelijkertijd gaat het om achteruitstappen. Dat is een soort aanwezig afwezig zijn. Je bent helemaal aanwezig in het moment, en je verhaal en je projectie is – voor zover mogelijk – even afwezig. Waardoor je contact kan maken met het landschap dat je nu ziet en de mensen die je nu ontmoet. En dan kan de lezer dat ook.
Verbinding maken. Dat is de essentie. En schrijven daarbij. Door nu op dit bankje te schrijven maak ik meer verbinding met mijn eigen verhaal en met de plek waar ik zit.
En wat dan ook jouw persoonlijke balans mag zijn  of je nu meer een observerende Carolijn bent, een voelende Arita, een bezinnende Inez, er zit in je verhaal altijd iets van de wereld en iets van jou.

Schrijver zit op staart van vliegtuig

Toen ik in het vliegtuig terug zat en naar buiten keek en zag ik hoe ze gigantische portretten van diverse (Scandinavische) Schrijvers op de staart van het vliegtuig hadden geschilderd.

Wij schrijvers leven op de staart van een vliegtuig. we hebben overzicht, bekijken de wereld van een afstandje. En tegelijkertijd maken wij onze eigen persoonlijke verbindingen en lijnen, onze eigen atlas, zoals een vluchtkaart van KLM. We schrijven onze verhalen in de lucht en verrijken daarmee de wereld.